Rechtsbijstandsverzekering uit koker van minister Geens, schiet haar doel voorbij

Door Goedele Uyttersprot op 11 maart 2019, over deze onderwerpen: Handels- en Economisch Recht - Algemeen, Justitie - Algemeen

Een wetsvoorstel van de regeringspartijen dat de toegang tot het recht zou moeten bevorderen voor laagverdieners, dreigt volgens onze partij volledig haar doel voorbij te schieten. N-VA zal dan ook géén steun verlenen aan dat voorstel.

Deze week wordt in de commissie Financiën een wetsvoorstel van de regeringspartijen besproken dat de rechtsbijstandsverzekering toegankelijker moet maken. In het federaal regeerakkoord van 2014 werd inderdaad overeengekomen dat de rechtsbijstandsverzekering zou worden gepromoot voor personen die geen aanspraak kunnen maken op een zogenaamde ‘pro deo’. Heel wat laagverdieners hebben immers net iets teveel bestaansmiddelen om daarvan gebruik te kunnen maken, maar hebben anderzijds te weinig financiële marge om de kosten van een rechtsgeschil te dragen.

Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): “Minister Geens heeft vanaf 2015 de verzekeringssector en de advocatuur intensief rond de tafel gezet om hen voorwaarden voor een standaardpolis rechtsbijstandsverzekering overeen te laten komen. Die onderhandelingen verliepen zeer moeizaam. In het zomerakkoord van de regering Michel I van 2017 werd intussen overeengekomen dat die standaardpolis zou worden gepromoot met een belastingvermindering.”

Minister Geens wou in die standaardvoorwaarden onder meer redelijk hoge dekkingsplafonds zien en ook dekking bij echtscheidingsprocedures en bouwgeschillen. Die procedures kunnen duur uitvallen en zijn meestal niet gedekt in een polis rechtsbijstand. Heel wat verzekerden hebben ook weinig kans om ooit één van die procedures te moeten voeren. Tegelijk werd bij de onderhandelingen een grote kans gemist om via deze polis buitengerechtelijke regelingen méér te stimuleren. De meeste dossiers zullen nog steeds via advocaten voor de rechtbank komen. Een buitengerechtelijke regeling daarentegen biedt vaak een snellere en goedkopere oplossing voor de verzekerden.

Kamerlid Goedele Uyttersprot (N-VA): “Verzekeringsmaatschappijen waarschuwden ons dat de jaarpremie voor een verzekeringsproduct dat aan de gestelde voorwaarden voldoet al gauw 300 euro zou bedragen. De maximale belastingvermindering is 124 euro. Uiteindelijk ligt nu dus een soort standaardpolis voor die door haar breed en klassiek toepassingsgebied eigenlijk vrij duur uitvalt. Het beoogde doelpubliek dreigt met zo’n hoge premie uit de boot te vallen."

Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): “N-VA is voorstander van een fiscale stimulans om de toegang tot het recht te verbeteren voor laagverdieners, maar de standaardpolis zoals die nu is uitgewerkt zal volgens ons vooral afgesloten worden door mensen die juist iets méér financiële marge hebben. Die polis schiet dus volgens ons haar doel volledig voorbij. In de regering Michel I waren we bereid om CD&V deze symboolmaatregel te gunnen, maar door de regeringsval laten we onze terechte principiële bezwaren doorwegen. Voor deze maatregel werd trouwens eerder al 35 miljoen euro per jaar begroot. We kunnen ons niet voorstellen dat men bij Justitie geen betere manieren vindt om 35 miljoen euro te spenderen. Denk maar aan de strafuitvoering die mank loopt, de doorlooptijd van rechtszaken die te lang duurt, de verouderde gevangenissen, enzoverder...

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is