Wetsontwerp i.v.m. levenloos geboren kindjes goedgekeurd in de commissie Justitie

Door Goedele Uyttersprot op 7 november 2018, over deze onderwerpen: Justitie - Algemeen, Levenloos geboren kinderen

Na de bespreking van het wetsontwerp door de minister, de hoorzittingen met specialisten, en de discussies in de commissie, werd het wetsontwerp gisteren door de justitie-Kamerleden goedgekeurd.

Een kleine stap vooruit, want wat N-VA betreft, mocht deze stap veel groter zijn.

 

Hieronder kunt u mijn tussenkomst lezen:

Eindelijk.

De initiatieven/wetsvoorstellen betreffende levenloos geboren kinderen lopen al verscheidene legislaturen mee. Voor een eerste keer voorzag ook het Regeerakkoord in een nieuwe wetgeving omtrent de naam en de registratie van het levenloos geboren kind. De nood en roep aan humanisering van deze wetgeving wordt alsmaar groter. Ook nu bleek het niet evident: de hoorzittingen dateren al van begin van de legislatuur. We steken het niet onder stoelen of banken dat dit akkoord voor ons verder had mogen gaan.

 

Een aangepaste juridische regeling kan immers een grote steun betekenen voor de ouders. Dit uitgangspunt heeft steeds centraal gestaan bij de uitwerking van het standpunt.

De belangrijkste zaken die hierbij aan de orde zijn: aangifte, register, (voor)naam, erkenning.

Onze fractie is ervoor gewonnen om de aangifte van een levenloos geboren kind te laten akteren met voornaam én familienaam, in het geboorteregister met de verduidelijking/vermelding dat het om een levenloos geboren kind gaat.

Het is daarenboven makkelijker werkbaar voor de diensten van de Burgerlijke Stand. Er wordt in dat geval niet gewerkt met verschillende registers.

 

De grondslag en het uitgangspunt van het wetsontwerp zijn duidelijk: het verdriet van de ouders te erkennen, hen te helpen bij het verwerken van hun verlies en het rouwproces te ondersteunen.

 

Er is een compromis gevonden dat voorziet dat de bestaande regeling, zijnde de verplichte registratie vanaf 180 dagen zwangerschap, wordt uitgebreid met het geven van een familienaam. Daarboven wordt ook de mogelijkheid gecreëerd om vanaf 140 dagen aangifte te doen, enkel met voornaam.

 

Dat de grens van 180 dagen wordt verlaagd, is een hele goeie zaak. De grens van 140 dagen zwangerschap voelt voor ons toch wat arbitrair aan. Niet de levensvatbaarheid, maar wel de rouw van de ouders staat is voor ons bepalend. Het helpen verwerken van het verlies en de ondersteuning van het rouwproces, is daarbij onze hoofdbekommernis. Kortom: voor ons is de zwangerschapsduur ondergeschikt aan het verdriet van de ouders. Dat verdriet is er niet pas na 180 (of na 140) dagen. Ouders kijken al veel eerder uit naar nieuw leven, zelfs al van voor de zwangerschap. Niets is erger op dat moment dan het onverwacht afbreken van de zwangerschap of het bevallen van een levenloos kindje. De grootste angst van iedere aanstaande ouder is het verliezen van een ongeboren kind.

Getroffen worden door zo'n verlies is onwezenlijk. Het toekomstbeeld dat voor ogen stond, verandert abrupt en ziet er plots leeg uit. Het verdriet en verlies zal voorgoed een plaats krijgen binnen het gezin.

 

Voor ons staat het familiaal rouwproces centraal. De ene ouder heeft hier mogelijks geen behoefte aan, terwijl het voor de andere essentieel is. Ouders die er nood aan hebben, moeten we in de mate van het mogelijke erkennen en ondersteunen. Tussen de 140 en 180 dagen zwangerschap wordt er nu ook de mogelijkheid gegeven aangifte te doen. Ouders zullen dus de vrije keuze hebben.

 

De overgangsperiode is een goeie zaak, het zal hopelijk voor vele ouders een hart onder de riem zijn.

Er was dan ook nood aan humanisering van de wetgeving.

We zijn dan ook tevreden dat er een akkoord bereikt werd, al hopen we dat dit in een latere fase nog verder kan uitgebreid worden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is